Mijn naam is Gabriël Depauw. Ik ben geboren in 1960. Sinds 1990 ben ik zelfstandig redacteur, eindredacteur en vertaler. Deze site combineert mijn drie passies: taal, natuur en fotografie.
Wie ben ik?

Stacks Image 191
Dat kun je maar beter aan iemand anders vragen. Ik heb, echt waar, geen flauw idee. Ik zou naar mezelf op zoek kunnen gaan. Dat is in de mode. Maar wat als dan blijkt dat je jezelf niet kunt uitstaan? Nee, laat mij maar in het ongewisse. Ik hoef mezelf niet zo nodig te kennen. Socrates kan de pot op.


Voldongen feiten

Ik ben geboren en getogen in
Beernem, een West-Vlaamse gemeente tussen Gent en Brugge. Vanaf het zesde leerjaar strompel ik school aan het Sint-Leocollege. Op mijn zestiende trek ik naar het Koninklijk Atheneum en vanaf 1979 volg ik de opleiding geschiedenis van de wijsbegeerte aan de VUB. Vier jaar later studeer ik af. Wat nu? Niets. Ik lees, schrijf en stempel. Ik ben een parasiet. Ik overweeg om te doctoreren, maar na een interimopdracht laat ik dat plan varen. Ik ben niet in de wieg gelegd voor een academische carrière. Te veel blabla; te weinig boemboem.

Mijn vriend, studie- en kotgenoot Arnout Hostens koopt een huis in Schaarbeek. We wonen er samen tot in
Stacks Image 192
1989. Dan verhuis ik naar Gent. Ik trek in bij Marleen Verdonck. We kennen elkaar al zeven jaar. Ik doe het huishouden en zorg voor de kinderen. Koen en Marijke zijn 19 en 16. Zes jaar later, op 15 september 1995, zijn ze de getuigen bij ons huwelijk.
Arnout is intussen gepromoveerd op een thesis over Nietzsche. In 1998 publiceert hij Friedrich Nietzsche – kind van zijn tijd, een boek over 'de filosoof met de hamer' dat spijkers met koppen slaat. Marleen en ik wonen dan al een jaar in Geraardsbergen.

Vrijdag 13 maart 1998. Die avond duik ik voor het eerst met een oma in bed. Het is even wennen, maar ik kan het iedereen aanbevelen. Eén en ander is, uiteraard,
Stacks Image 193
allemaal de schuld van Marijke. Geen idee hoe het komt, maar Stijn en ik kunnen het meteen goed met elkaar vinden. Zo goed zelfs dat de snotneus er intussen genoegen in schept om zijn opa een oude zak te noemen. Een behoorlijk adequate omschrijving, al kan de oude zak in kwestie nog altijd een stuk harder lopen en fietsen dan dat broekventje met zijn Nintendoduim.

Stacks Image 194
Op 30 december 1999 krijgt Stijn een zusje. Naomi is vandaag een flinke meid die van paarden, Jelle Cleymans en de salades van opa houdt. Ze is mijn prinses. Ik heb nu al een godsgruwelijke hekel aan de puistige kikkers die ze binnen afzienbare tijd zal kussen.

Arnout en zijn partner, Siska, baten al enkele jaren de
Villa Garbald uit, een Denklabor van de Universiteit van Zürich in het Zwitserse Castasegna. Koen woont samen met Begga en Marijke heeft een nieuwe vriend, Wouter. Ze wonen allemaal in Gent. Dirk, de papa van Stijn en Naomi, woont met Greta en haar dochter in Zelzate. De kleinkinderen brengen er het weekend door. En ik? Ik woon nog altijd samen met Marleen aan de Heuvel-straat 37 in Geraardsbergen. Meer moet dat niet zijn.

PijlTop

Wat doe ik?

Mijn standaardantwoord op die standaardvraag luidt: zo weinig mogelijk. Dat is méér dan een boutade. Ik ben zelfstandig redacteur, eindredacteur en vertaler. De meeste opdrachten die ik aanneem, doe ik met plezier. Maar ik probeer wel om voldoende tijd voor mezelf over te houden. Soms lukt dat niet en volgen de deadlines elkaar in ijltempo op. Dan komen er weer te weinig opdrachten binnen. Al met al verdien ik er mijn boterham mee. Voldoende om de hypotheek af te lossen, alle verzekeringen en andere kosten te betalen en ook nog eens fatsoenlijk van te leven. Mij hoor je niet klagen. Of toch niet de hele tijd.


Institutionele communicatie

Hoewel ik ook voor particulieren en de privésector werk, zijn mijn eindklanten meestal overheden, intercommunales en andere publieke organisaties. Als je in Vlaanderen woont, is de kans groot dat je ooit al eens een folder, nieuwsbrief of brochure las waarvan ik de tekst schreef of herzag. Doorgaans doe ik dat in opdracht van een reclame- of communicatiebureau. Vertalen uit het Frans, Engels of Duits doe ik haast niet meer. Af en toe schrijf ik wel nog in het Engels, een taal die ik nagenoeg perfect beheers.
Milieu, mobiliteit en energie

Hij leerde zijn volk afval sorteren. Overdreven, natuurlijk, maar dat is een dergelijk epitaaf altijd. Hoe dan ook: als ik de lijst met al mijn opdrachten van de voorbije twintig jaar doorloop, valt meteen op hoeveel ik over milieuzorg, ruimtelijke ordening, binnenscheepvaart, waterbeheer, rationeel energiegebruik, duurzaam bouwen en aanverwante thema's heb geschreven. Ik mag mezelf inmiddels echt wel een expert noemen.


Referenties

Welbeschouwd is deze site natuurlijk ook een referentie. Maar toch. Er is een wereld van verschil tussen schrijven voor jezelf en schrijven voor een opdrachtgever. Wat telt is de boodschap van de klant en de manier waarop hij die wil communiceren. Ik schrijf natuurlijk niet om het even wat voor
om het even wie. De twee pdf'jes geven je een goede kijk op mijn beroepsactiviteiten, kennis en ervaring.


Stacks Image 195
Ik doe mijn werk graag. Maar mocht ik morgen schatrijk worden – misschien moet ik toch maar eens met de Lotto spelen – dan hield ik het voor bekeken. Ik heb wel wat beters te doen.

Fundamenteel komt werken voor mij erop neer dat ik een deel van de schaarse tijd die mij op deze aardkloot is gegund, verkoop. De rest van die tijd besteed ik liever aan de mensen die mij dierbaar zijn en aan lezen, kennis vergaren, tuinieren, fotograferen, koken, klussen en worstelen met existentiële vragen. Ik kan het niet laten. De waardering die mijn werk me af en toe oplevert, doet natuurlijk deugd. Niets menselijks is mij vreemd. Niettemin put ik veel meer voldoening uit een goed gesprek, een stevige discussie, de eerste salamander of boerenzwaluw van het jaar, een gezellig etentje, een prachtige krop biologisch roodlof van eigen bodem, een overvloedige jostabessenoogst of de ontdekking van een nieuwe soort zweefvlieg op de bloemen van de wilde marjolein in de kruidentuin. Natuurlijk zijn er mensen die honger lijden. Natuurlijk zijn er kinderen die creperen. Natuurlijk zijn er marionetten die in naam van één of ander hersenspinsel zichzelf en een hoop niet per definitie onschuldige omstanders opblazen. Natuurlijk is alles de schuld van de Amerikanen, de Russen, de Chinezen, de Europese Unie, de vrije markt, het grootkapitaal, de multinationals, de ontbossing, de media, de maffia, de wapenhandel, de pil, Bill Gates, de paus, Mohammed of
het rondelleke van het tjoepke op dat dingske. Vroeger kon ik me er vreselijk over opwinden. Nu stemt het mij hooguit wat somber of bedroefd. Verontwaardiging sloeg om in berusting. Ik ben er niet trots op. Ik stel het gewoon vast.


Stacks Image 196
Ik heb de schijn tegen, maar ik beschouw mezelf niet als een natuur- of dierenliefhebber. Dieren boeien me en ik voel me meestal beter in een bos dan in een stad. Maar een liefhebber? Daar ben ik gewoon veel te nuchter voor.

Ik ben niet het type dat bomen omhelst. Als ik ziek ben, gebruik ik liever perfect gedoseerde synthetische medicatie dan een kruidenaftreksel van twijfelachtig allooi. Ik ben dol op vlees. Bij voorkeur van dieren die ik zelf heb gekweekt en geslacht, maar een malse steak uit de supermarkt kan me ook ontzettend smaken. Ik heb geen fundamenteel bezwaar tegen genetisch gemodificeerde organismen of andere producten van de voedingsindustrie, maar ik verkies dagverse groenten uit de eigen
moestuin en ouderwetse appels uit de eigen boomgaard. Zeker niet altijd gezonder, maar simpelweg lekkerder. Het zit er dik in dat de eieren van onze scharrelkippen meer dioxines of salmonella bevatten dan die uit een legbatterij, maar voor een pan perfect gebakken spiegeleitjes zijn ze zonder meer ideaal. Natuurlijk gebruik ik in de tuin geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest, want dat is overbodig en geen klein beetje dom. Ik composteer alles wat composteerbaar is en ga er prat op dat onze tuin geen gram afval oplevert. Integendeel: het komt voor dat ik bij de buren tuinafval ophaal om het dan zelf te verwerken. Maar ik heb allesbehalve een romantische of sentimentele kijk op de natuur. Mijn passie voor dieren heeft niets met dierenliefde te maken en adjectieven als 'natuurlijk' of 'biologisch' maken op mij geen enkele indruk. Groen is niet beter dan blauw of rood. Als ik kleur moet bekennen, kies ik voor transparant.

PijlTop

Wie was ik?

Stacks Image 197
Ik ben geboren in de gevangenis. Niet echt, maar het klinkt stoer. De voormalige kraamkliniek van Beernem is nu een gesloten instelling voor meisjes. Een verbeteringsgesticht. Alleen al het bestaan ervan zou ons aan het denken moeten zetten. We zijn niet goed bezig.


1960-1971: de wonderjaren van een deugniet

Ik heb drie oudere broers: Guido, Ivan en Geert. Ik spaar met moeder voor een zusje. In april 1963 kopen we Lutgart. Vader is elektricien bij
Bauwens, een lokale meubelfabriek. Moeder houdt een elektriciteitswinkeltje open. Ze verkoopt vooral stekkers, kabels, gloeilampen en – mijn kop eraf als het niet waar is – afwasmiddel en badschuim. Klanten brengen hun lege flacons naar de winkel en moeder giet ze weer vol. Afval is nog niet uitgevonden. Maar lang zal dat niet meer duren.

Stacks Image 198
We wonen aan de Wingenesteenweg, vlakbij de brug over de E40 die dan nog de E5 heet. In de zomer staat er zo nu en dan een file naar of van de kust. Het dorp stroomt samen op de brug om ernaar te kijken. Een file is een evenement. Iedereen kent iedereen. Iedereen is katholiek en gaat 's zondags naar de kerk. Niemand zit zonder werk. Het zijn, althans in mijn herinnering, gouden tijden. Meikevers vangen, kampen bouwen, cowboy en indiaantje spelen: het leven is een eindeloze vakantie. Ik ben zeker niet het braafste, maar wel het slimste jongetje van de klas. Ik blink uit in alles, behalve in gehoorzaamheid, orde en netheid. Toen al. De bossen en velden tussen de E5 en de spoorlijn Gent-Brugge zijn mijn speelterrein. STRENG VERBODEN TOEGANG! WOLFIJZERS EN SCHIETGEWEREN! Geen bord, prikkeldraad of boswachter houdt me tegen. Ik kom thuis om te eten en te slapen. Mijn hoofd vol wilde plannen. Mijn benen en armen vol schrammen. En zelden of nooit op tijd.

Stacks Image 199
De natuur fascineert mij. Guido is geabonneerd op Hamster (1961-1976), een tweemaandelijks Tijdschrift voor jonge mensen over alles wat leeft en groeit of in de natuur steeds weer boeit. Ik verslind elk nummer. Later wil ik natuurkunde studeren. Denk ik. Want eigenlijk bedoel ik biologie. Geen fysica. De brede geelgerande waterkever, de wezel, de alpenwatersalamander, de blauwe glazenmaker, de hazelworm, de atalanta, de (toen nog) Vlaamse gaai: ik ken ze allemaal. Ik vang hagedissen, kweek kikkervisjes, zet libellen op en begin met een eiercollectie. Het zijn andere tijden. Nesten roven is nog geen misdaad en de vogelvangst met netten wordt pas in 1972 verboden. Elke winter vangen we spreeuwen in de tuin. Lekker! Maar intussen zie ik de poelen verstikken en de bossen verdwijnen. De oude beken veranderen in open riolen waarin alleen nog ratten gedijen. Het kanaal Gent-Brugge stinkt. Overal wordt gebouwd en het verkeer op de Wingenesteenweg neemt snel toe. De smalle kasseiweg met zijn oude beuken wordt een brede asfaltweg met fietspaden, parkeerstroken en trottoirs. Mijn speelterrein verandert zienderogen in een gigantische werf. We spelen verstoppertje in de ruwbouw van een nieuwe wijk. We bouwen knikkerbanen op de bergen rivierzand en zavel en laden onze katapulten met grind. Er sneuvelt al eens een ruit.

Stacks Image 200
Thuis hebben we geen camera. Nooit gehad. Tot ik op de kermis een plastic bakje met een lens, zoeker en sluiter win. Speelgoed, maar er kan toch een filmrolletje in. Goed voor 12 opnamen. Mijn zus maakt er één van de schaarse, niet totaal mislukte foto's mee: me and my guitar. Ik ben muzikaal en ik heb een goede stem. Kleinkunst en chanson zeggen me meer dan pop en rock-'n-roll. Ik ken het hele oeuvre van Boudewijn de Groot, Jan De Wilde, Willem Vermandere, Zjef Vanuytsel, Miek & Roel en andere kleinkunstenaars van buiten. Niet dat ik op die leeftijd alles snap, maar hun vaak kritische teksten maken indruk. Er beweegt iets. Beernem is niet het centrum van de wereld. Ouders, leraars en pastoors hebben de wijsheid niet in pacht. Er komen andere tijden. Betere tijden. Vrije tijden. Ik voel me aangesproken en laat alvast mijn haar groeien. Daar heeft 'het systeem' niet van terug!


Stacks Image 201
Stacks Image 202
1971-1976: de apenjaren van een wijsneus

In de wijde omgeving van Brugge ronselt het Sint-Leocollege de slimste jongetjes. Hun ouders krijgen te horen dat het beter is om kinderen al vanaf het zesde leerjaar naar het college te sturen. Zo wennen ze aan de grote school. Het is gewoon een marketingtruc, gericht op klantenbinding. Mijn broers zijn mij voorgegaan en hun sterke verhalen doen mij naar het internaat verlangen. Het wordt een ramp. Ik verveel me te pletter en ben geen seconde gelukkig. Als ik op mijn twaalfde mijn plechtige communie doe, speel ik met zelfmoordgedachten. Ik ben een straatkat met huisarrest. Ik voel me in het internaat zo rot als de ingewanden van een farao in hun canopen. Het enige lichtpunt zijn de lessen dictie, voordracht en toneel aan het
Stedelijk Conservatorium. Ik heb talent. Misschien moet ik daar iets mee doen? Mijn leraars biologie, fysica en scheikunde hebben mijn belangstelling
voor wetenschappen in de kiem gesmoord. Ik lees alleen nog fictie en schrijf gedichten. Ik kom in opstand en hang de clown uit. Als ik in het vierde jaar les krijg van een oud-koloniaal met extreemrechtse sympathieën is de maat vol. De gewezen politiecommissaris van Katanga boezemt me een haast fysieke afkeer in. Ik vertrouw hem niet. Jaren later beweert Gerard Soete dat hij in 1961 samen met zijn broer de lijken van Patrice Lumumba, Maurice Mpolo en Joseph Okito opgroef, aan stukken hakte en in zwavelzuur oploste. Twee vergulde snijtanden die hij uit het kaakbeen van Lumumba wrikt, gooit hij naar eigen zeggen in 1999 in de Noordzee. Een sterk verhaal. Waar of niet, mijn intuïtie laat me niet in de steek. De man is een schoft van het goorste water. Ik daag hem uit. Ik ga met hem in discussie. Ik haal hem het bloed onder de nagels vandaan. Als hij zijn zelfbeheersing verliest, toont hij zijn ware aard. "Ik wring je de nek om, Depauw!" Het conflict escaleert en ik word geschorst. Mijn collegetijd is voorbij. Oef!


Stacks Image 203
1976 tot heden: de jaren des onderscheids

Van september 1976 tot en met juni 1979 pendel ik elke schooldag tussen Beernem en Brugge, waar ik aan het Koninklijk Atheneum de richting moderne talen volg. Ik hou me gedeisd. Ik zie eruit als een hippie, maar dat is eerder toevallig. Ik heb gewoon een hekel aan kappers en kledingzaken. Ik speel nog altijd gitaar en af en toe treed ik zelfs op. Podiumvrees ken ik niet. Ik breng zowel eigen nummers als covers van
Leonard Cohen, Bob Dylan of Herman Van Veen. Maar artiest worden trekt me niet langer aan. Ik zonder me meer en meer af. Thuis, op mijn zolderkamer, stuur ik de god van mijn kindertijd definitief wandelen. Ik poets mijn illusies nog een laatste keer op en verban ze dan onverbiddelijk naar de vitrine van de verloren onschuld. Ik ben zeventien. Mijn jeugd is voorbij. Ik voel me bevrijd. Bijna gelukkig. Ik ga in Brussel wonen en studeer er filosofie. Vooral de colleges en boeken van Leopold Flam maken indruk. Vier jaar later stel ik niettemin vast dat vijfentwintig eeuwen wijsbegeerte niet veel meer hebben opgeleverd dan een hoop niet altijd even boeiende en vaak allesbehalve oorspronkelijke variaties op een handvol thema's die ons verstand hoe dan ook te boven gaan. Ik heb er niets aan toe te voegen. Mijn 'filosofische kop' – een uitdrukking van Flam – is uit de tijd. Tot het einde van de 19de eeuw had ik er iets mee kunnen doen. Maar de hedendaagse filosofie verduistert meer dan ze verheldert. Een symptoom dat kenmerkend is voor een discipline die zichzelf overleeft.

Stacks Image 204
Na mijn studies blijf ik in Brussel. Ik verdiep me in het oeuvre van Sigmund Freud en de boeken van bekende en minder bekende Franse verlichtingsfilosofen. Freud leest vlot weg, maar zijn psychoanalyse is onzin. Condorcet, Diderot, Helvétius, La Mettrie, Rousseau, Sade en Voltaire stimuleren me om opnieuw meer wetenschappelijke werken te lezen. Stap voor stap vind ik de weg naar mijn eerste grote liefde terug: biologie. Ik lees alles wat ik te pakken krijg van auteurs als Richard Dawkins, Jared Diamond, Stephen Jay Gould, Steve Jones, David Quammen, Matt Ridley, Edward O. Wilson en, uiteraard, Charles Darwin. Eindelijk weer thuis!

De Brusselse jaren zijn ook jaren van vriendschap en liefde. Ik bewaar er haast uitsluitend goede herinneringen aan. Maar de stad zelf ligt me niet. Te druk. Te groot. Te smerig. Als ik in 1989 in Gent ga samenwonen met Marleen, mijn toekomstige echtgenote, ben ik Brussel snel vergeten. In het weekend en de vakantie verkennen we met de tandem de
Zwalmstreek en de Vlaamse Ardennen. Hier zouden we wel willen wonen. We zoeken een huis, maar kopen eind 1995 een stuk bouwgrond in Moerbeke, een deelgemeente van Geraardsbergen. Architect Pierre Hollevoet uit Eeklo ontwerpt onze woning en Piramide bouwonderneming uit Zingem zorgt ervoor dat we in juni 1997 kunnen verhuizen. We hebben er nog geen seconde spijt van gehad.

PijlTop

Wat wil ik?

Stacks Image 205
Ik wil alles! Is dat te veel gevraagd? Dan teken ik voor vrede op aarde aan alle mensen, inclusief en zelfs vooral die mensen die van slechte wil zijn. Maar dat zit er wellicht ook niet in.


Ik hoorde zo geerne de veugelkens schufelen

Dat waren, naar verluidt, de laatste woorden van
Guido Gezelle. Ook ik hoor heel graag de vogeltjes fluiten. Maar lang zal ik hun gezang niet meer horen. Ik heb otosclerose. Ik word doof. Ik heb al een stapedectomie achter de rug en daardoor registreert mijn rechteroor weer iets beter stemmen en lage tonen. Maar geen getjilp op getjirp. Juist daarom stel ik al jaren een operatie aan mijn linkeroor uit. Aan die kant hoor ik de vogeltjes immers wel nog fluiten. Enigszins. En niet veel meer dan dat. Muziek zegt me niets meer. Alles klinkt dof, rommelig en vals. Mijn gitaar staat in een hoek stof te vergaren. Stel je voor dat ik destijds muzikant, zanger of acteur was geworden. Ach, soms moet je gewoon geluk hebben.


Stacks Image 206
Ik hoop dat ik me schromelijk vergis

Ik ben geen zwartkijker, doemdenker of onheilsprofeet. Maar ik ben ook niet naïef. In de lagere school leer ik dat er 3,7 miljard mensen leven. Vandaag leren Stijn en Naomi dat het er 6,9 miljard zijn. In 2050, als ze zo oud zijn als opa vandaag, moeten ze volgens een voorzichtige raming van de
Verenigde Naties de Aarde met bijna 9,2 miljard planeetgenoten delen. Daar komt geheid hommeles van. Ik hoop dat ik me vergis, maar ik vrees dat de huidige conflicten in Centraal-Afrika, Afghanistan, het Midden-Oosten en andere delen van de wereld de prelude van een mondiale, ongemeen barbaarse slachtpartij zijn. We zijn apen. Delen zit in onze genen. Maar niet met Jan en alleman en meestal alleen als we daardoor zelf niets tekortkomen. Die wetenschap kan ons misschien helpen om de planeet tegen de mens en de mens tegen zichzelf te beschermen. Maar we willen het niet geweten hebben. Alle beestachtigheden van de jongste eeuwen ten spijt, zien we onszelf liever als halve engelen dan als hele dieren. Die zelfbegoocheling kwam ons al vaak duur te staan. Maar het ergste moet wellicht nog komen.


Stacks Image 207
Ik wil, samen met Marleen, gruwelijk oud worden

In november 2004 overlijdt mijn oudste broer, Guido. Maagkanker. Hij is 51. Niet lang daarna wordt bij Marleen met succes een tumor uit het merg van een halswervel verwijderd. Het stemt tot nadenken. Hoe somber ik de toekomst soms ook inzie, ik wil het allemaal wel zelf meemaken. Is het niet godgeklaagd dat ik nooit met zekerheid zal weten of de
opwarming van de Aarde nu al dan niet door de mens wordt veroorzaakt? Sterven we uit of slagen we erin om onze wieg te verlaten en andere sterrenstelsels te koloniseren? Misschien worden we wel in een fractie van een seconde door een gigantische meteoriet uitgewist. Ik wil minstens honderd worden. Tweehonderd, als het even kan. Duizend mag ook. Maar ik mag al blij zijn als ik tachtig word. Nog een jaar of dertig. Dat lijkt heel wat als je achttien bent. Maar hoe ouder je wordt, hoe sneller de jaren voorbijvliegen. De tijd tiktakt niet. Hij ratelt en fluit. Hij versnelt als een kogel die uit een toren valt en drevelt je zó de zoden in. Ik wil de tijd die mij nog rest goed gebruiken en minstens één van mijn plannen realiseren: een website over de biodiversiteit in onze tuin aan de Heuvelstraat 37 in Geraardsbergen. Verder reiken mijn ambities niet. Gruwelijk oud worden, samen met Marleen, zou fantastisch zijn. Misschien moeten we dus toch maar eens stoppen met roken.

PijlTop

Geraardsbergen, 25 november 2010.
Laatst aangepast op 12 maart 2015.